Hoe werkt het?

Om te beginnen: wie zijn Lieske en Hans?


Lieske is peuterjuf in Rotterdam. 


 

Ze heeft pedagogiek gestudeerd, dat wil zeggen dat ze een kinder - expert is.

Ze kan met kinderen en ouders plannen maken om problemen op te lossen.


Hans is meester van een groep 6 in Zuidland. Hij werkt al heel lang met kinderen, in de klas, maar ook daarbuiten. 

Hij werkte vaak apart met kinderen die de klas niet konden bijhouden.

Hij is ook vertrouwenspersoon: kinderen van zijn school kunnen hem altijd vragen naar hun problemen te luisteren.

Hans heeft geleerd voor mediator, zeg maar probleemoplosser. 

Hij maakt graag muziek, en gebruikt dat ook als kindercoach.

Lieske is een dochter van Hans; ze hebben samen geleerd voor kindercoach.

Het hangt van jouw verhaal af of je met Lieske of Hans aan de slag gaat.

En als het ons niet uitmaakt, mag jij kiezen.


Hoe beginnen we?

Lieske of Hans houdt een begingesprek met jouw ouders. 

Pappa en mamma bepalen of jij bij dat eerste gesprek bent of niet.

Je mag gerust weten dat wij het handig vinden als jij er meteen, vanaf het begin, bij bent. 

Het gaat om jou. Toch?

Kijk hiervoor ook eens

naar het verhaal van de draak,

op de pagina tests

 


 

In het begingesprek komt HET PROBLEEM op tafel. We proberen het probleem zo duidelijk mogelijk te krijgen. 

Dan maken we een afspraak wanneer je voor het eerst in de praktijk zult komen.


Dan zijn we voor die dag klaar. 

 

De praktijkruimte

Hier ga je aan het werk!

Eh nee, het ziet er niet uit als een werkkamer, 't lijkt meer een speeltuin!

Toch zijn alle spullen heel precies neergezet met een BEDOELING. Het zijn allemaal hulpmiddelen voor jouw reis naar jouw oplossing.


Er zijn kleine en grote spellen, een boksbal, turnmatjes, knuffeldieren.

Er is bouwmateriaal en constructiespul.

Er is een werktafel.

En er zijn heel speciale muziekinstrumenten: een klankschaal, een duimpiano, djembé's, een cajon...

Die muziek is een verhaal apart.

Muziek kan je helpen problemen te overwinnen, vooral als je zélf muziek maakt. Doe maar mee . . . Klik hier voor de muziekpagina!

 

 

Oefenen

Als duidelijk is op welke manier je aan de slag gaat met jouw probleem, dan gaan we oefenen, gewoon bij ons op zolder. 

We spelen rollen, doen spellen, maken plannen, nét zo lang tot je kunt wat je wilt kunnen.


En dan ga je het in het echt proberen!


Samen met jou zoeken we dan een SUPPORTER uit: 

iemand die jou aanmoedigt bij het oefenen thuis of op school. 

Het kan je opa zijn, een vriendje of vriendinnetje, je vader of je moeder: 

maakt niet uit. 


Het is lekker hoor: als het een keer lukt, en er roept dan iemand meteen: 

YES! Je kan het! Het is je gelukt!


We kunnen dan afspreken dat we een feestje geven als het je helemaal zelf lukt. 

En jij bedenkt hoe dat feestje er uit gaat ziet. Eén ding is zeker: je supporter krijgt een vette beloning!


voorbeeldverhaal 1: bang voor honden

Janneke was bang voor honden. Nou kan je gewoon uit de buurt blijven van honden, maar dat lost niets op: haar beste vriendin had twéé honden, en naar veel verjaardagsfeestjes kon ze niet toe, omdat er een hond was.


We beginnen met wat voor vaardigheid je wilt leren.

Je wilt leren met honden om te gaan. Dus niet het probleem: bang voor honden, maar: 

ik wil leren met honden om te gaan. 

Janneke kan dan een naam gaan bedenken voor die vaardigheid. 

Zij koos voor: de hond is mijn vriend - vaardigheid.

Dan bespreken we welke voordelen Janneke heeft als ze die vaardigheid beheerst, als ze écht met honden durft om te gaan.

Ze kan dan naar elk feestje, en veel vaker bij haar vriendin thuis spelen en zelfs logeren.

Dan vragen we aan Janneke: hoe wil je de vaardigheid oefenen?

Janneke tekende een hond die aan haar hand snuffelde; zo wilde ze beginnen.

En, als het je lukt: hoe zullen we het dan vieren?

Janneke wilde een feestje met haar vriendinnen, waar ook honden bij zouden zijn. Taart, cola, en honden!

In de Deltakamer oefent Janneke eerst met een knuffel - hond. 

Jannekes moeder zocht iemand op met heel lieve puppy's, en daar oefende Janneke verder mee. Haar moeder en haar vriendin waren er bij: zij waren Jannekes supporters. Elke dag oefende Janneke, en na een tijdje durfde ze het ook met grote honden.

Na een maand was iedereen het er over eens: het feestje kon gevierd worden.

In deze maand was Janneke vier keer bij de kindercoach geweest.


voorbeeldverhaal 2: altijd te laat

Jens kwam overal altijd te laat aan: 

te laat op school, te laat voor het eten, te laat uit bed...

Eerst moeten we het probleem 'omdenken' naar een vaardigheid.

Jens' ouders bedachten deze vaardigheid: Jens komt altijd overal op tijd!

Jens bedacht welk voordeel hij van deze vaardigheid zou hebben:

'Ik krijg niet meer op mijn kop van de juf en van mijn  ouders. Ik mis niets meer van een leuke les, en mijn eten is niet koud.'

Jens vond het niet nodig om zijn vaardigheid een naam te geven: gewoon op tijd zijn!

Hij maakte afspraken met de mensen om hem heen: zij zullen hem waarschuwen als het bijna tijd is.

Zijn juf roept 5 minuten voor tijd dat de bel bijna gaat, zijn vriendjes waarschuwen hem als het bijna etenstijd is.

Met behulp van deze supporters lukte het Jens om steeds op tijd te zijn.

Een feestje was niet nodig: het was voor Jens heel prettig dat hij nooit meer op zijn kop kreeg.

Jens is voor deze vaardigheid drie keer naar de kindercoach geweest.


Klinkt allemaal erg eenvoudig, toch?

Dat is het niet! Wat voor jou misschien heel makkelijk is - jij aait elke hond - is voor een ander heel erg moeilijk.

Jouw probleem is jóuw probleem.

Samen met de kindercoach bouw je dat probleem om: je gaat er mee aan de slag!



 
Kaart
Opbellen
E-mail
Info